9 februari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/055HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. B.D.W. Martens,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift van 29 juni 2004 heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot de rechtbank te 's-Gravenhage en verzocht echtscheiding uit te spreken tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - en, voorzover in cassatie van belang, de man te veroordelen om aan de vrouw een bedrag van € 6.478,82 per maand tot levensonderhoud uit te keren.
De man heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 14 januari 2005 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de man aan de vrouw een bedrag van € 5.200,-- per maand tot levensonderhoud moet uitkeren.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 1 februari 2006 heeft het hof de beschikking van de rechtbank, voorzover het de daarin bepaalde partneralimentatie betreft, vernietigd en, in zoverre opnieuw beschikkende, de alimentatie voor de vrouw ten laste van de man met ingang van 4 mei 2005 op € 6.478,22 per maand bepaald, de beschikking van de rechtbank voor het overige bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.