ECLI:NL:HR:2007:AZ4068

ECLI:NL:HR:2007:AZ4068, Hoge Raad, 09-02-2007, C06/137HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 09-02-2007
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C06/137HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ4068
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0005289

Samenvatting

Aansprakelijkheidsrecht. Schadevergoedingsactie van erfgenamen van slachtoffer tegen wegens doodslag veroordeelde dader (81 RO); cassatieberoep niet-ontvankelijk voorzover gericht tegen gewezen wettelijk vertegenwoordiger van inmiddels meerderjarig geworden kind.

Uitspraak

9 februari 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/137HR

MK/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te Indonesië, verblijvende te [verblijfplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,

t e g e n

1. [Verweerster 1], optredend zowel voor zichzelf als in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige kind [betrokkene 1],

2. [Verweerster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERSTERS in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie 1 - verder te noemen: [verweerster 1] heeft, optredend zowel voor zichzelf als in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van haar toen nog minderjarige kinderen [verweerster 2] en [betrokkene 1] - verder te noemen: [verweerster] c.s. - heeft bij exploot van 20 maart 2003 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, na wijziging van eis, een verklaring voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor de door [verweerster] c.s. geleden en nog te lijden schade als gevolg van het overlijden van [betrokkene 2] - verder te noemen: [betrokkene 2], op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente en [eiser] reeds thans te veroordelen tot betaling aan [verweerster 2], [betrokkene 1] en [verweerster 1] van bedragen van respectievelijk € 67.200,--, € 101.091,-- en € 191.790,07.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij deelvonnis van 2 februari 2005 voor recht verklaard dat [eiser] aansprakelijk is voor de door [verweerster] c.s. geleden en nog te lijden schade als gevolg van het overlijden van [betrokkene 2] en partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten als in rov. 5.2 en 6 van dat vonnis is overwogen en iedere verdere beslissing aangehouden.

Tegen dit deelvonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 26 januari 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerster] c.s. is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, voor zover het is ingesteld tegen [verweerster 1] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van [betrokkene 1], en voor het overige tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep voorzover ingesteld tegen [verweerster 1], optredend in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige kind [betrokkene 1]

Zoals zowel de rechtbank als het hof hebben vastgesteld, is [betrokkene 1] geboren op [geboortedatum] 1998. Zij was derhalve op 26 april 2006 ten tijde van de dagvaarding in cassatie reeds meerderjarig en had in persoon moeten worden gedagvaard. [Eiser] kan daarom niet worden ontvangen in zijn beroep voorzover dat gericht is tegen [verweerster 1] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van [betrokkene 1].

4. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep voorzover dat gericht is tegen [verweerster 1] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van [betrokkene 1];

verwerpt het beroep voor het overige;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] c.s. begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2007, 90 RvdW 2007, 192 NJB 2007, 483 JWB 2007/44
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?