9 maart 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/144HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. B.D.W. Martens,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij beschikking van de rechtbank te Zwolle-Lelystad van 15 december 2004 is tussen partijen echtscheiding uitgesproken en is voorts bepaald dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking van de rechtbank in de registers van de burgerlijke stand een bedrag van € 300,-- per maand aan verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind van partijen (hierna: [de zoon]) en € 500,-- zal bijdragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem en daarbij verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de kinder- en partneralimentatie te bepalen op nihil of op een zodanig bedrag dat het hof juist acht.
Bij beschikking van 30 augustus 2005 heeft het hof de bestreden beschikking, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 maart 2007.