9 februari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/026HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E.J.W.F. Deen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 8 maart 2005 ter griffie van de rechtbank te Dordrecht ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - zich gewend tot die rechtbank en verzocht op hem de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
De rechtbank heeft bij vonnis van 3 augustus 2005 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 21 februari 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.