9 februari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/175HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT 'S-HERTOGENBOSCH,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
De officier van justitie in het arrondissement te 's-Hertogenbosch heeft bij verzoekschrift van 15 augustus 2006 aan de rechtbank aldaar verzocht een nieuwe voorwaardelijke machtiging te verlenen ten aanzien van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: betrokkene -, subsidiair een voorlopige machtiging te verlenen en meer subsidiair een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis te verlenen. Bij het verzoekschrift waren gevoegd een geneeskundige verklaring als bedoeld in art. 14c lid 5 Wet Bopz, een behandelingsplan en een bericht over de staat van uitvoering daarvan.
De rechtbank heeft bij beschikking van 11 september 2006, na betrokkene, de raadsman van betrokkene, de behandelend psychiater en de broer van betrokkene, te hebben gehoord, voorwaardelijke machtiging verleend tot het doen opnemen en verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, met bepaling van de duur van deze machtiging op twaalf maanden, ingaande 11 september 2006.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.