13 juli 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/007HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
Verzoekster tot cassatie zal hierna worden aangeduid als de schuldenares.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 20 juni 2005 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de schuldenares zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, op haar de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
De rechtbank heeft bij beschikking van 10 augustus 2005 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft de schuldenares hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 24 januari 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenares beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 13 juli 2007.