21 september 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/131HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ZWOLLE - LELYSTAD,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Verzoekster tot cassatie zal hierna worden aangeduid als betrokkene.
1. Het geding in feitelijke instantie
De officier van justitie in het arrondissement Zwolle-Lelystad heeft op 23 maart 2007 onder overlegging van een op 15 maart 2007 ondertekende geneeskundige verklaring van [de psychiater], als de niet bij de behandeling betrokken psychiater, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.
De rechtbank heeft het verzoek ter terechtzitting van 5 april 2007 mondeling behandeld in aanwezigheid van betrokkene en haar advocaat, de crisisinterventor van GGZ Meregaard en een vriend en een vriendin van betrokkene.
Bij brief van 6 april 2007 heeft de crisisinterventor nadere informatie aan de rechtbank toegezonden.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 11 april 2007 op die brief gereageerd.
Bij beschikking van 12 april 2007 heeft de rechtbank de verzochte voorlopige machtiging verleend voor de duur van ten hoogste zes maanden.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de president W.J.M. Davids op 21 september 2007.