ECLI:NL:HR:2007:BB3996

ECLI:NL:HR:2007:BB3996, Hoge Raad, 06-11-2007, 01255/07 W

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 06-11-2007
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 01255/07 W
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2007:BB3996
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004028

Samenvatting

1. Specialiteitsbeginsel. 2. Ne bis in idem. Ad 1. De klacht betreffende het specialiteitsbeginsel faalt omdat het de Rb niet vrijstond te treden in de beoordeling van de vraag of bij die veroordeling – in geval daaraan een uitleveringsprocedure is voorafgegaan – het specialiteitsbeginsel in acht is genomen (vgl. HR LJN AH8597). Ad 2. Het middel klaagt terecht dat de Rb niet heeft beslist op het verweer dat het in art. 7 WOTS neergelegde beginsel van ne bis in idem is geschonden.

Uitspraak

6 november 2007

Strafkamer

nr. 01255/07 W

IC/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Alkmaar van 29 januari 2007, nummer 14/980006-06, omtrent een verzoek van de Minister van Justitie van de Verenigde Staten van Amerika tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft toelaatbaar verklaard de tenuitvoerlegging van de beslissing van het United States District Court te Vermont van 17 april 2006, waarbij de veroordeelde is veroordeeld tot 100 maanden gevangenisstraf. De Rechtbank heeft verlof verleend tot tenuitvoerlegging in Nederland van de genoemde beslissing en de veroordeelde ter zake van de in die beslissing vermelde feiten een gevangenisstraf opgelegd van vijf jaren. Voorts heeft de Rechtbank bevolen dat de tijd, welke de veroordeelde in de Verenigde Staten ter uitvoering van de hem aldaar opgelegde sanctie, met het oog op de overbrenging naar Nederland en uit hoofde van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen van zijn vrijheid is beroofd geweest, bij de uitvoering van die straf geheel in mindering zal worden gebracht.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beslissing zal vernietigen, maar enkel wat betreft de beslissing over de strafoplegging en de motivering daarvan, tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank te Alkmaar teneinde opnieuw te beslissen over de strafoplegging en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel klaagt onder meer dat de Rechtbank ten onrechte niet heeft beslist op ter terechtzitting gevoerde verweren betreffende schending van het specialiteitsbeginsel en schending van het beginsel van ne bis in idem.

3.2. De aan het proces-verbaal van de terechtzitting gehechte pleitnotities van de raadsman van de veroordeelde houden - voor zover hier van belang - het volgende in:

"De Amerikaanse autoriteiten hebben het specialiteitsbeginsel, zoals voorspeld, op ernstige wijze geschonden. Uit de aan de uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam gehechte "indictment" blijken de aanklachten waarvoor de uitlevering toelaatbaar is verklaard en uiteindelijk is toegestaan.

Dit betreft feiten in de omschreven periode beweerdelijk begaan in de Staat Vermont.

Uit de beschrijving van "huidig strafbaar feit", genoemd in bijlage A, volgt dat tevens veroordeling is gevolgd voor beweerdelijke feiten te Florida, Boston, New York en New Jersey.

Voorts is veroordeling gevolgd voor "verscheping van ecstasy door [verdachte] naar Florida in de motoren van auto's", welke motorblokken van auto's 22000 gram ecstasy bevatten.

Welnu, deze laatstgenoemde zaak is thans aanhangig bij het Gerechtshof te Amsterdam. De rechtmatigheid van de verkrijging en de waardering van het bewijs in die zaak is ter discretie van het Gerechtshof te Amsterdam.

Dit wisten de Amerikaanse autoriteiten getuige de aan deze pleitnota gehechte faxbrieven.

Op 24 oktober 2005 schreef de heer Koning van het Ministerie van Justitie over deze zaak:

"In my aforementioned letter I regrettably failed to point out to you that the criminal case in the Netherlands has not yet been concluded and that an appeal against the sentence in first instance has been lodged. The Court of Appeal has not yet decided in this affair. The legitimacy of the gained evidence has therefore not yet been confirmed by the Court of Appeal. I therefore have to inform you that I cannot consent to the use of the provided information concerning the Dutch criminal case in the U.S. proceedings against [verdachte]."

(...)

Aldus is [verdachte], in strijd met het specialiteitsbeginsel en wellicht het vertrouwensbeginsel, mede veroordeeld en gestraft voor feiten waarvoor hij niet is uitgeleverd.

Aldus is [verdachte], in strijd met voornoemde brief van de Minister van Justitie en het ne bis in idem beginsel, veroordeeld voor feiten waarvoor hij in Nederland in eerste aanleg is veroordeeld en welke zaak thans is onderworpen aan het oordeel van het Gerechtshof te Amsterdam.

(...)

Wij verzoeken u het voorgaande ten faveure van [verdachte] te verdisconteren in de strafmaat."

3.3. De klacht betreffende het specialiteitsbeginsel faalt omdat het de Rechtbank niet vrijstond te treden in de beoordeling van de vraag of bij die veroordeling - in geval daaraan een uitleveringsprocedure is voorafgegaan - het specialiteitsbeginsel in acht is genomen (vgl. HR 9 september 2003, LJN AH8597, NJ 2003, 698).

3.4. Het middel klaagt evenwel terecht dat de Rechtbank niet heeft beslist op het verweer dat het in art. 7 Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen neergelegde beginsel van ne bis in idem is geschonden.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank te Alkmaar opdat de zaak op de bestaande vordering opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 6 november 2007.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 2007, 600 JOL 2007, 738 RvdW 2007, 976
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?