7 december 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/063HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoekster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Verzoeker 3],
wonende te [woonplaats],
4. SUNRAY (AMSTELVEEN) BELEGGINGEN B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M. Bouman.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij beschikking van 15 februari 2007 heeft de rechter-commissaris in het bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 september 1995 uitgesproken faillissement van [betrokkene 1] geconstateerd dat geen geschikte kandidaten voor de commissie van schuldeisers zijn aangedragen en heeft, gelet daarop, de verificatievergadering gesloten.
Met een op 21 februari 2007 per fax, en op 22 februari 2007 per post, ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend beroepschrift hebben [verzoeker] c.s. beroep aangetekend tegen de door de rechter-commissaris genomen beslissing.
De rechtbank heeft bij beschikking van 14 maart 2007 [verzoeker] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 5 november 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.