ECLI:NL:HR:2008:BA0591

ECLI:NL:HR:2008:BA0591, Hoge Raad, 14-11-2008, 42860

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 14-11-2008
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 42860
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2008:BA0591
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 17 zaken
Aangehaald door 3 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002629 CELEX:31977L0388 CELEX:32006L0112 EU:31977L0388 EU:32006L0112

Samenvatting

Artikel 11, lid 4, aanhef en letter a, Wet OB 1968. Begrip bouwterrein in de zin van de Wet OB. Levering van grond na sloop van daarop aanwezige opstallen.

Uitspraak

Nr. 42.860

14 november 2008

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 januari 2006, nr. BK-05/00125, betreffende een aan X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting.

1. Het geding in feitelijke instantie

Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, welke aanslag na daartegen gemaakt bezwaar bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard en deze uitspraak alsmede de naheffingsaanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 22 februari 2007 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Belanghebbende heeft, na een nieuw tuinbouw-bedrijf te hebben gekocht, bij overeenkomst van 18 april 2002 een hem in eigendom toebehorend perceel ter grootte van 1.66.50 ha (hierna: het perceel) verkocht aan de exploitant van een naastgelegen tuinbouwbedrijf. Op het perceel, met als bestemming tuinbouw, stonden aanvankelijk nog kassen en op het weiland erachter lagen een bassin voor water en een vuilstrook. Belanghebbende heeft vóór de levering de op het perceel aanwezige kassen, inclusief fundering, en de bijbehorende voorzieningen volledig doen slopen. Vóór de sloop zijn rijplaten aangebracht. Voorts is grond verreden en aangevoerd, het waterbassin gedempt, zijn dijkwallen dichtgereden en funderingsgaten gedicht. Na de sloop is de (geprofileerde) grond om- en losgetrokken met een cultivator (grofegalisatie).

Het perceel is op 27 december 2002 geleverd aan de koper. Ter zake van die levering heeft belanghebbende de koper omzetbelasting in rekening gebracht.

Na de levering is het perceel gefreesd en geëgaliseerd. De koper heeft op 25 maart 2004 een bouwvergunning verkregen voor het oprichten van een kas op het perceel.

3.2. Voor het Hof was tussen partijen in geschil of belanghebbende de hem ter zake van de op het perceel plaatsgevonden hebbende werkzaamheden in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek mocht brengen. Het Hof heeft deze vraag in het voordeel van belanghebbende beantwoord op de grond dat de levering van het perceel is aan te merken als een (belaste) levering van een bouwterrein in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet). Aan laatstvermeld oordeel heeft het Hof ten grondslag gelegd de overweging dat alle werkzaamheden en bewerkingen aan het perceel, zo ook het slopen van de opstallen, hebben plaatsgevonden met het oog op bebouwing van de grond door de koper.

3.3. Het middel strekt ten betoge dat het Hof - ten onrechte - ook de sloop van de opstallen in aanmerking heeft genomen als een bewerking die kon bijdragen aan het oordeel dat in dit geval een bouwterrein in de zin van de Wet is geleverd.

3.4. Het Hof heeft zijn oordeel dat in dit geval een bouwterrein is geleverd, gebaseerd op het resultaat van de werkzaamheden die op het onderhavige perceel vóór de levering ervan hebben plaatsgevonden. Nu tot dat resultaat hebben bijgedragen werkzaamheden die klaarblijkelijk betroffen bewerkingen aan de grond nadat deze onbebouwd was geraakt, zoals in ieder geval het uitvoeren van een grofegalisatie, en het Hof aangaande het motief van de bewerkingen heeft vastgesteld dat alle werkzaamheden zijn verricht met het oog op de bebouwing van de grond, geeft 's Hofs voormelde oordeel geen blijk van een onjuiste opvatting met betrekking tot het begrip "bouwterrein" in artikel 11, lid 1, letter a, sub 1, in verbinding met artikel 11, lid 4, van de Wet. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van laatstvermelde bepaling, zoals weergegeven in onderdeel 5, onder A, van de conclusie van de Advocaat-Generaal, ook bewerkingen van gering kaliber onbebouwde grond het karakter van bouwterrein in de zin van de Wet kunnen verlenen. 's Hofs oordeel kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.

4. Proceskosten

De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep ongegrond, en

veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 644 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en uitgesproken in het openbaar op 14 november 2008.

Van de Staat wordt ter zake van het door de Staatssecretaris van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 433.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RN 2009, 2 NJB 2008, 2131 BR 2009/32 BNB 2009/30 met annotatie van Bijl V-N 2008/56.27 NTFR 2008/2309 met annotatie van mr. drs. W.A.P Nieuwenhuizen FutD 2008-2342 Viditax (FutD) 2008111403
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?