4 april 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/034HR
JMH/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [De vader],
2. [De moeder],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Maastricht,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de ouders en de raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 11 november 2005 ter griffie van de rechtbank Maastricht ingekomen verzoekschrift heeft de raad zich gewend tot die rechtbank en verzocht de ouders, uitvoerbaar bij voorraad, te ontheffen van het ouderlijk gezag over de uit hun huwelijk geboren drie kinderen: [kind 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, [kind 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, en [kind 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, hierna: de kinderen, en te bepalen dat de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg te Roermond de voogdij zal uitoefenen en de maatregel zal laten uitvoeren door de William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
De ouders hebben tegen dit verzoek verweer gevoerd.
De rechtbank heeft bij beschikking van 9 juni 2006 het verzoek van de raad toegewezen en de ouders ontheven van het ouderlijk gezag over deze drie kinderen.
Tegen deze beschikking hebben de ouders hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 21 november 2006 heeft het hof de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 april 2008.