6 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. 07/10658
RM/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 15 maart 2000 heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch [verzoeker] in staat van faillissement verklaard.
Op 29 november 2005 heeft de rechter-commissaris op grond van art. 19 Paspoortwet verzocht om vervallenverklaring van het recht op een paspoort.
Op 3 of 4 juli 2007 was [verzoeker] op Schiphol. Tijdens een irisscan werd gesignaleerd dat het recht op een paspoort vervallen was. Hierop heeft de Marechaussee het paspoort van [verzoeker] ingenomen.
Bij brief van 4 juli 2007 heeft [verzoeker] de rechter-commissaris verzocht te bewerkstelligen dat zijn paspoort hem zou worden teruggeven, althans dat hij door tijdelijke teruggave van het paspoort in de gelegenheid zou worden gesteld de geplande reis te maken.
Bij beschikking van 6 juli 2007 heeft de (waarnemend) rechter-commissaris aan [verzoeker] laten weten niet bereid te zijn de signalering in het register paspoortsignalering in te trekken.
Met een op 10 juli 2007 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] op grond van art. 67 F. hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris. Voorzover nodig richt het beroep zich mede tegen voornoemde beslissing (het verzoek) van de rechter-commissaris ingevolge art. 19 Paspoortwet.
Het beroepschrift is behandeld ter terechtzitting van 18 juli 2007.
Bij beschikking van 1 augustus 2007 heeft de rechtbank [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris van december 2005, en het beroep tegen de beschikking van 6 juli 2007 ongegrond verklaard.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 juni 2008.