Uitspraak wordt niet gepubliceerd
ECLI:NL:HR:2008:BD1047
ECLI:NL:HR:2008:BD1047, Hoge Raad, 09-05-2008, 42936
Gerelateerde zaken
Formele relatie:
ECLI:NL:PHR:2008:BD1047
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen
Verwijst naar
Aangehaald door
Wettelijke verwijzingen
BWBR0002269
BWBR0011353
Samenvatting
Conclusie PG
Belanghebbende drijft een melkveehouderij in maatschapsverband, met als medevennoten zijn echtgenote (samen 'de ouders'), zijn zoon en diens echtgenote ('de kinderen'). De ouders waren eigenaar van een weiland. Het gebruik en genot van dit weiland is ingebracht in de maatschap. Belanghebbende was directeur en enig aandeelhouder van een BV. De ouders hebben het weiland verkocht en geleverd aan de BV. De overdracht van het weiland vond plaats onder voorbehoud van een pachtrecht door de ouders voor twaalf jaren, met recht van verlenging voor telkens zes jaren. Het verschil tussen de waarde in vrij te aanvaarden staat en het bedrag dat door de BV is betaald werd door de ouders aangemerkt als kostprijs van het door hen verworven pachtrecht, waarover zij over een periode van twaalf jaren afschreven. Hof Leeuwarden oordeelde dat de afschrijvingsperiode voor het pachtrecht op 30 jaar gesteld diende te worden. Aangezien de ouders niet 30 jaar van het pachtrecht gebruik zouden gaan maken, maar slechts 11, waarna de kinderen het bedrijf zouden voortzetten, oordeelde het Hof dat 11/30 deel van het pachtrecht tot het ondernemingsvermogen van de ouders diende te worden gerekend en de resterende 19/30 tot hun privé-vermogen. Belanghebbende komt tegen de hofuitspraken in cassatie.
In de conclusie wordt betoogd dat 's Hofs oordeel over de afschrijvingstermijn feitelijk en niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is, er dient dus uitgegaan te worden van een afschrijvingsduur van 30 jaar. Echter het oordeel van het Hof dat het pachtrecht naar tijdsgelang gesplitst moet worden in een zakelijk en een privé-deel is rechtens onjuist. Etikettering van het pachtrecht moet worden gebaseerd op de aanwending daarvan. Aangezien het pachtrecht wordt aangewend binnen de onderneming vormt het ondernemingsvermogen. Dat belanghebbende mogelijk zijn onderneming over 11 jaar zal staken, en het recht alsdan naar het privé-vermogen moet worden overgebracht brengt niet mee dat nu reeds een splitsing naar tijdsgelang moet worden aangebracht. De conclusie strekt tot gegrondverklaring van de beroepen van belanghebbende.
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl