ECLI:NL:HR:2008:BD3423

ECLI:NL:HR:2008:BD3423, Hoge Raad, 05-09-2008, 07/12004

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 05-09-2008
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 07/12004
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2008:BD3423
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 10 zaken
9 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001860 BWBR0002089 BWBR0002471 BWBR0002830 BWBR0005290 BWBR0013987 BWBR0018831 BWBR0020809

Samenvatting

Faillissementsrecht. Geen beginsel van Nederlands faillissementsrecht dat, ook al is geen sprake van pensioen ter uitvoering van pensioentoezegging door werkgever en/of een wettelijk verplicht gestelde deelname aan een pensioenregeling, aanspraken op een pensioenvoorziening buiten het tot het faillissement behorend vermogen vallen.

Uitspraak

5 september 2008

Eerste Kamer

07/12004

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

2. [Verzoekster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. F.E. Vermeulen,

t e g e n

mr. K. DE JONG, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van verzoekers tot cassatie,

kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,

VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de curator.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van 2 december 2004 zijn [verzoeker] c.s. in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. K. de Jong tot curator.

De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 16 juli 2007 toestemming gegeven aan de curator voor het afkopen van een tweetal verzekeringen op naam van [verzoeker] c.s. bij Merrill Lynch, die vanaf 2008 recht geven op een uitkering van € 356,--, respectievelijk € 197,-- per maand.

Tegen deze beschikking hebben [verzoeker] c.s. hoger beroep ingesteld bij de rechtbank 's-Gravenhage.

Bij beschikking van 24 september 2007 heeft de rechtbank de beschikking van de rechter-commissaris van 16 juli 2007 bekrachtigd.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen en voorwaardelijk incidenteel beroep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift, tevens houdende incidenteel cassatieberoep, zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 19 juni 2008 op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) [Verzoeker] c.s. zijn bij vonnis van 2 december 2004 in staat van faillissement verklaard.

(ii) De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 16 juli 2007 de curator toestemming gegeven voor het afkopen van twee, hierna als IRA's (Individual Retirement Accounts) aangeduide verzekeringen op naam van [verzoeker] c.s. bij Merrill Lynch te New York, die vanaf 2008 recht geven op een uitkering van € 356,-- respectievelijk € 197,-- per maand.

(iii) [Verzoeker] c.s. hebben tegen die beschikking hoger beroep ingesteld.

3.2 De rechtbank heeft de beschikking bekrachtigd en daartoe, samengevat en voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen.

Anders dan [verzoeker] c.s. betogen, staat het bepaalde in art. 7:986 lid 4 BW en art. 32 lid 4 Pensioen- en spaarfondsenwet - sedert 1 januari 2007: art. 65 lid 1 Pensioenwet - niet aan afkoop door de curator in de weg. Art. 7:986 lid 4 mist toepassing omdat, naar de curator onbestreden heeft gesteld, de onderhavige IRA's door [verzoeker] c.s. kunnen worden afgekocht. Voorts is gesteld noch gebleken dat [verzoeker] c.s. ten tijde van het sluiten van de desbetreffende overeenkomsten gewoonlijk in Nederland hun werk verrichtten. Het "werklandbeginsel" brengt dan mee dat de Pensioenwet (gelijk voorheen de Pensioen- en spaarfondsenwet) evenmin van toepassing is (rov. 2.2 - 2.3). Uit art. 22a F. volgt dat het recht op het doen afkopen van een levensverzekering buiten de boedel valt voor zover de verzekeringnemer door afkoop onredelijk wordt benadeeld (rov. 2.4). Afkoop van de aanspraken uit de IRA's is echter niet onredelijk benadelend, en daaraan kan niet afdoen dat het op die overeenkomsten toepasselijke recht van de Staat New York afkoop door de curator mogelijk verbiedt (rov. 2.7).

3.3 In het oordeel van de rechtbank dat afkoop van de aanspraken uit de IRA's van [verzoeker] c.s. voor hen niet onredelijk benadelend is, ligt besloten dat die aanspraken niet zijn aan te merken als hoogstpersoonlijke en derhalve geen deel van het tot het faillissement behorend vermogen uitmakende rechten. Tegen laatstvermeld oordeel richten zich de onderdelen 1 en 2.

Anders dan in onderdeel 2, en in wezen ook in onderdeel 1, wordt betoogd, is geen beginsel van Nederlands faillissementsrecht dat, ook al is geen sprake van een pensioen ter uitvoering van een pensioentoezegging door de werkgever en/of een wettelijk verplicht gestelde deelname aan een pensioenregeling, aanspraken op een pensioenvoorziening buiten het tot het faillissement behorend vermogen vallen. Bij dat uitgangspunt geeft het bestreden oordeel van de rechtbank niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel kan voor het overige als van feitelijke aard in cassatie niet op juistheid worden onderzocht en behoefde gelet op het debat in feitelijke aanleg geen nadere motivering dan door de rechtbank is gegeven. Het voorgaande leidt tot verwerping van beide onderdelen.

3.4 Onderdeel 3 faalt omdat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat voor het antwoord op de vraag of de rechter-commissaris de curator naar Nederlands faillissementsrecht kon machtigen de aanspraken uit de IRA's te doen afkopen niet terzake doet of afkoop naar het recht van de Staat New York mogelijk zal blijken te zijn.

3.5 Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het principale beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2008, 624 NJ 2008, 478 RvdW 2008, 804 RI 2008, 78 PJ 2008, 114 NJB 2008, 1695 JWB 2008/357 JOR 2008/290
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?