5 september 2008
Eerste Kamer
Nr. R07/085HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 augustus 2006 is ten aanzien van [verzoekster] de definitieve schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Op 15 februari 2007 heeft de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder, een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
Na mondelinge behandeling van de zaak waarbij [verzoekster] en de bewindvoerder zijn gehoord heeft de rechtbank bij vonnis van 21 maart 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd met benoeming in haar faillissement van een rechter-commissaris en een curator.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 17 april 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.