ECLI:NL:HR:2008:BE9099

ECLI:NL:HR:2008:BE9099, Hoge Raad, 31-10-2008, 07/11816

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 31-10-2008
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 07/11816
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2008:BE9099
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001860

Samenvatting

WSNP. Procesrecht. Grenzen rechtsstrijd van partijen.

Uitspraak

31 oktober 2008

Eerste Kamer

07/11816

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 mei 2005 is ten aanzien van [verzoeker] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

De rechtbank heeft bij vonnis van 20 juni 2007 de voordracht van de rechter-commissaris tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen en ambtshalve het saneringsplan gewijzigd, in die zin dat de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is, wordt vastgesteld op 2 jaar, 1 maand en 18 dagen, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, derhalve tot 20 juni 2007. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat [verzoeker] in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaald dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt door het in kracht van gewijsde gaan van haar vonnis.

Tegen het vonnis van de rechtbank van 20 juni 2007 heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 21 september 2007 heeft het hof de beslissing waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog toegewezen en de zaak voor verdere afdoening verwezen naar de rechtbank.

Het arrest van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van het middel

3.1 De in middel I aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.2 De rechtbank heeft geoordeeld dat [verzoeker] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen, nu hij niet heeft voldaan aan de inspanningsplicht, onvoldoende heeft afgedragen aan de boedel en heeft verzuimd de bewindvoerder de benodigde inlichtingen te verstrekken. De rechtbank heeft evenwel, teneinde te voorkomen dat [verzoeker] ingevolge art. 350 lid 5 (oud) F. van rechtswege in staat van faillissement zou komen te verkeren, niet de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] op de voet van art. 350 F. beëindigd, maar het desbetreffende verzoek van de rechter-commissaris afgewezen, ambtshalve het saneringsplan in die zin gewijzigd dat de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is, bepaald werd op een zodanig tijdvak dat die eindigde op de dag waarop de rechtbank uitspraak deed, en vastgesteld dat [verzoeker] in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten.

3.3 Het hof heeft de grieven van [verzoeker], die alle gericht waren, kort gezegd, tegen het oordeel van de rechtbank dat [verzoeker] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen, verworpen, maar niettemin het vonnis van de rechtbank vernietigd omdat de rechtbank de voordracht tot tussentijdse beëindiging naar het oordeel van het hof had moeten toewijzen. Het hof heeft dienovereenkomstig de door de rechter-commissaris verlangde tussentijdse beëindiging alsnog uitgesproken en de zaak teruggewezen naar de rechtbank opdat die de zaak verder zou afdoen, de benoeming van een rechter-commissaris en een curator in het faillissement van [verzoeker] daaronder begrepen.

3.4 Terecht klaagt middel II dat het het hof niet vrijstond aldus ten nadele van [verzoeker] het vonnis van de rechtbank te vernietigen op een onderdeel waartegen de grieven van [verzoeker] niet waren gericht.

3.5 De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door het vonnis van de rechtbank alsnog te bekrachtigen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 21 september 2007;

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 juni 2007.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 31 oktober 2008.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2008, 776 RvdW 2008, 989 NJB 2008, 2063 JWB 2008/424
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?