17 oktober 2008
Eerste Kamer
07/11086
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
N.V. NOORDHOLLANDSCHE VAN 1816, ALGEMENE VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ,
gevestigd te Oudkarspel, gemeente Langedijk,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E.D. van Geuns,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Noordhollandsche en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] heeft bij exploot van 13 oktober 2005 de Noordhollandsche gedagvaard voor de rechtbank Alkmaar en gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat [verweerder] 100%, althans een door de rechtbank vast te stellen percentage, arbeidsongeschikt is en dat deze arbeidsongeschiktheid onder de dekking van de polis valt. Voorts verzoekt [verweerder] de Noordhollandsche te veroordelen tot uitkering van de arbeidsongeschiktheidsverzekering met terugwerkende kracht en voor recht te verklaren dat het royement van de polis per 1 september 2004 door de Noordhollandsche onrechtmatig is, beide op straffe van een dwangsom.
De Noordhollandsche heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft, na comparitie van partijen, bij vonnis van 19 april 2006 voor recht verklaard dat de op 9 juni 2004 vastgestelde arbeidsongeschiktheid van [verweerder] onder de dekking van de polis valt en dat het royement van de polis per 1 september 2004 door de Noordhollandsche als onrechtmatig jegens [verweerder] moet worden gekwalificeerd en dat royement vernietigd. De rechtbank heeft, alvorens verder te beslissen, de procedure voor het overige aangehouden nu de rechtbank voorlichting door een deskundige behoeft met betrekking tot de mate van arbeidsongeschiktheid.
Tegen dit vonnis heeft de Noordhollandsche hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 24 mei 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank Alkmaar voor verdere behandeling en beslissing.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de Noordhollandsche beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Noordhollandsche heeft bij brief van 22 augustus 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Noordhollandsche in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 oktober 2008.