20 maart 2009
Eerste Kamer
09/00272
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT BREDA,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1. Het geding in feitelijke instantie
De officier van justitie in het arrondissement Breda heeft op 13 november 2008, onder overlegging van een ondertekende geneeskundige verklaring en een (evaluatie) behandelingsplan, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.
De rechtbank heeft het verzoek op 17 november 2008 mondeling behandeld in de woning van betrokkene, maar haar daar niet aangetroffen. Nadat de rechtbank de advocaat van betrokkene en de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Van Ravesteijn als behandelaar had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde datum de verzochte voorlopige machtiging verleend voor de duur van drie maanden.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank te Breda.
3. Beoordeling van het middel
3.1 Op verzoek van de officier van justitie heeft de rechtbank een voorlopige machtiging verleend tot het doen opnemen van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van drie maanden.
3.2 De termijn waarvoor de machtiging is verleend is inmiddels verstreken, zodat betrokkene bij gebrek aan belang in haar cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 maart 2009.