ECLI:NL:HR:2009:BH8882

ECLI:NL:HR:2009:BH8882, Hoge Raad, 07-07-2009, 08/00800

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 07-07-2009
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 08/00800
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2009:BH8882
Formele relatie: ECLI:NL:GHSGR:2008:BC3872
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Bestorming ADO-home door Ajax-supporters. Voeging benadeelde partij (bp) in hb. Uit ’s Hofs overwegingen kan niet anders volgen dan dat de bp zich (ook) in hb heeft gevoegd. Mede gelet op art. 421.2 en 3 Sv is niet zonder meer begrijpelijk dat het Hof o.g.v. de enkele omstandigheid dat op het desbetreffende voegingsformulier in hb geen bedrag is ingevuld, heeft geoordeeld dat “slechts het in 1e aanleg toegewezen bedrag van € 2.000,- aan de orde is”.

Uitspraak

7 juli 2009

Strafkamer

Nr. 08/00800

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 februari 2008, nummer 22/004545-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.A.E. Rijssenbeek, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft mr. A.H. Westendorp, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover het betreft

- het onder 3 ten tweede bewezenverklaarde geweld gepleegd tegen [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5],

- de beslissingen op de vorderingen van deze benadeelde partijen en op die van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot vergoeding van de immateriële schade en

- de oplegging van schadevergoedingsmaatregelen, voor zover deze vorderingen betrekking hebben op de immateriële schade van deze benadeelde partijen, met verwerping van het beroep voor het overige, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

1.2. De advocaat van de benadeelde partij heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen van de verdachte

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het namens de benadeelde partij voorgestelde middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof heeft aangenomen dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] in hoger beroep zijn vordering zou hebben beperkt tot het bedrag dat door de Rechtbank is toegewezen, te weten een bedrag van € 2.000,-, terwijl deze een bedrag van € 6.500,- heeft gevorderd.

3.2. Het Hof heeft omtrent de vordering van de benadeelde partij het volgende overwogen en beslist:

"Vorderingen tot schadevergoeding [slachtoffer 8], [slachtoffer 9], [slachtoffer 10], [slachtoffer 3], [slachtoffer 5], [slachtoffer 7], [slachtoffer 6], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1]

Voorts hebben zich in het onderhavige strafproces de hiervoor vermelde negen benadeelde partijen gevoegd. Als schriftelijk gemachtigde van de benadeelde partijen heeft mr. A.H. Westendorp, advocaat te 's-Gravenhage, vorderingen ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 primair, tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde.

Dit betreffen de hierna genoemde bedragen:

(...)

[slachtoffer 1] € 6500,00

Voorts heeft [slachtoffer 1] op het voegingsformulier in hoger beroep geen bedrag aangegeven, daarom gaat het hof ervan uit dat in hoger beroep slechts het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 2.000,- aan de orde is.

(...)

De vordering van [slachtoffer 1] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 2.000,-, omdat hij door meerdere mensen is omringd en daarbij met knuppels en stokken is geslagen."

3.3. Art. 421, tweede en derde lid, Sv luidt:

"2. Heeft de voeging in eerste aanleg plaats gehad, dan duurt zij, voor zover de gevorderde schadevergoeding is toegewezen, van rechtswege voort in hoger beroep.

3. Voor zover de gevorderde schadevergoeding niet is toegewezen kan de benadeelde partij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in hoger beroep voegen. De artikelen 51b tot en met 51f zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de ingevolge artikel 51b vereiste opgave kan worden volstaan met een verwijzing naar de opgave van de eerste vordering, indien deze ongewijzigd is gebleven."

3.4. Uit 's Hofs overwegingen kan niet anders volgen dan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] zich (ook) in hoger beroep heeft gevoegd. Mede in het licht van het bepaalde in art. 421, tweede en derde lid, Sv is niet zonder meer begrijpelijk dat het Hof op grond van de enkele omstandigheid dat op het desbetreffende voegingsformulier in hoger beroep geen bedrag is ingevuld, heeft geoordeeld dat "slechts het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 2.000,- aan de orde is".

3.5. Het middel slaagt.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en de ten behoeve van hem aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 7 juli 2009.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2009, 962 NJB 2009, 1443 NbSr 2009/306
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?