25 september 2009
Eerste kamer
07/13662
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats]
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk Brand,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
De vrouw heeft bij exploot van 16 september 2004 de man gedagvaard voor de rechtbank Groningen en gevorderd, kort gezegd, dat de rechtbank de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zal vaststellen als omschreven in de inleidende dagvaarding.
De man heeft de vordering bestreden en zijnerzijds een tegenvordering ingesteld.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 8 december 2004 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 21 december 2005 een verdeling gelast en in het kader daarvan de man en de vrouw veroordeeld tot de voldoening aan de ander van een aantal, door de rechtbank gespecificeerde, geldbedragen.
Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 5 september 2007 heeft het hof van de rechtbank vernietigd en opnieuw een verdeling gelast. Het hof heeft voorts, voor zover in cassatie van belang, de man veroordeeld om wegens overbedeling aan de vrouw te betalen € 623.211,80, te verminderen met € 592.035,70 dat reeds bij wijze van voorschot is betaald aan de vrouw; aldus resteerde door de man te betalen het bedrag van € 31.176,10, te vermeerderen met 6% rente per jaar vanaf 1 oktober 2000.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de vrouw mede door mr. E.C.M. Hurkens, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 3 juli 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 september 2009.