16 oktober 2009
Eerste Kamer
08/00298
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser 1] en anderen als genoemd in het verzoekschrift tot cassatie,
van wie eiser sub 16 in Nederland woont en de overigen op Curaçao,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder 1] en anderen als genoemd in het verzoekschrift tot cassatie,
allen wonende op Curaçao,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.A. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerders].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 12 maart 2004 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, ingekomen verzoekschrift hebben [verweerders] zich gewend tot dat gerecht en verzocht [betrokkene 1] te veroordelen aan [verweerders] te betalen een in dat verzoekschrift genoemd bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten. Deze zaak is ingeschreven onder rolnummer 263/2004.
[Betrokkene 1] heeft bij incidentele conclusie geconcludeerd tot oproeping in vrijwaring van [eiser] c.s.
Bij vonnis van 24 mei 2004 heeft het gerecht de vordering in het incident toegewezen. Hierna hebben [eiser] c.s. geantwoord en het geding van [betrokkene 1] overgenomen.
Bij twee afzonderlijke en op 4 maart 2004 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, ingekomen verzoekschriften hebben [verweerders] zich gewend tot dat gerecht en verzocht [eiser 1] en [betrokkene 2] te veroordelen aan [verweerders] bij wijze van voorschot te betalen een in die verzoekschriften genoemd bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten. Deze zaken zijn ingeschreven onder rolnummer 232/2004 en 272/2004.
[Eiser] c.s. hebben de verzoeken bestreden en voorts drie reconventionele vorderingen ingesteld.
Het gerecht heeft de zaken gevoegd.
Bij vonnis van 28 februari 2005 heeft het gerecht in conventie de vorderingen afgewezen en in reconventie een comparitie van partijen bevolen. Na tussenvonnissen van 6 juni 2005 en 24 oktober 2005 en verder processueel debat, heeft het gerecht bij eindvonnis van 20 maart 2006 alle vorderingen afgewezen.
Tegen deze vonnissen hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof. In hoger beroep hebben [eiser] c.s. hun eis gewijzigd.
Nadat het hof bij tussenvonnis van 6 februari 2007 een descente en daarop aansluitend een comparitie van partijen had bevolen, heeft het bij eindvonnis van 23 oktober 2007 het bestreden vonnis van het gerecht bevestigd.
Het eindvonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerders] hebben een verweerschrift ingediend en verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 oktober 2009.