ECLI:NL:HR:2009:BJ7540

ECLI:NL:HR:2009:BJ7540, Hoge Raad, 13-11-2009, 07/12756

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 13-11-2009
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 07/12756
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ7540
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 3 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0002565 BWBR0002761 BWBR0004770 BWBR0005291

Samenvatting

Geschil tussen Ontvanger en erfgenamen over gevolgen van succesvol beroep op art. 4:1107 BW (oud) op verdeling nalatenschap (81 RO).

Uitspraak

13 november 2009

Eerste Kamer

07/12756

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

3. [Eiseres 3],

allen wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ ZUIDWEST,

(mede) kantoorhoudende te Goes,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. M.J. Schenck, thans mr. R.A.A. Duk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Ontvanger.

1. Het geding in feitelijke instanties

De Ontvanger heeft bij exploot van 31 januari 2003 [eiseres 2] (hierna: de dochter) en [eiseres 3] (hierna: de moeder) gedagvaard voor de rechtbank Middelburg en, nadat [eiser 1] (hierna: de zoon) in een incident tot vrijwaring is opgeroepen, na wijziging van eis, gevorderd, kort gezegd, dat de rechtbank de dochter en de moeder beveelt om met de Ontvanger over te gaan tot een (nieuwe) verdeling van de nalatenschap van de erflater en van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de erflater en de moeder, althans voor zover nodig is voor het verhaal van zijn vordering op de zoon, en voorts dat de rechtbank primair de verdeling vaststelt en subsidiair een notaris benoemt ten overstaan van wie de verdeling zal plaatsvinden met benoeming van een dwangvertegenwoordiger en verder dat de rechtbank de zoon veroordeelt om te gedogen hetgeen de rechtbank zal bepalen omtrent het gevorderde ten aanzien van de moeder en de dochter.

[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 4 mei 2005 de bij notariële akte van 25 juli 2001 vastgestelde verdeling van de nalatenschap van de erflater vernietigd, voor zover nodig ter vaststelling van het erfdeel van de zoon, had hij de nalatenschap aanvaard. Zij heeft voorts de dochter en de moeder bevolen om - voor zover nodig ter vaststelling van het erfdeel van de zoon - met de Ontvanger over te gaan tot een (nieuwe) verdeling van de nalatenschap van de erflater (en, indien daarvoor noodzakelijk, van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de erflater en de moeder), met benoeming van een notaris ten overstaan van wie de nieuwe verdeling zal plaatsvinden en voorts van een vertegenwoordiger van de dochter en/of de moeder voor het geval zij niet aan die verdeling willen meewerken. Zij heeft de zoon bevolen te gedogen hetgeen zij heeft bepaald.

Tegen dit vonnis heeft de zoon hoger beroep ingesteld. Ook de moeder en de dochter hebben afzonderlijk van de zoon appel aangetekend bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof heeft beide zaken gevoegd behandeld.

Bij arrest van 7 juni 2007 heeft het hof in beide zaken het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat, en voor de Ontvanger door mrs. E.D. van Geuns en Y. Tijms, beiden advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 november 2009.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2009, 1344 RN 2010, 12 Belastingadvies 2010/4.12 JWB 2009/422
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?