11 december 2009
Eerste Kamer
09/01696
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
2. [Verzoeker 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnissen van de rechtbank Breda van 24 oktober 2005 is ten aanzien van [verzoeker] c.s. de definitieve schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Op voordracht van de bewindvoerder heeft de rechtbank bij vonnissen van 12 januari 2009 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] c.s. beëindigd, zonder verlening van een schone lei.
Tegen beide vonnissen hebben [verzoeker] c.s. gezamenlijk hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 22 april 2009 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 december 2009.