11 december 2009
Eerste Kamer
09/01641
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. L.C.W.M. Kessel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 8 januari 2008 ter griffie van de rechtbank Breda ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de bijdrage van de vader in het onderhoud van de kinderen van partijen - [kind 1], [kind 2] en [kind 3] (hierna: de kinderen) - zoals vastgesteld in de echtscheidingsbeschikking van 2 augustus 2002, nader vast te stellen op € 131,-- per kind per maand.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank heeft bij beschikking van 1 april 2008 voormelde echtscheidingsbeschikking gewijzigd, en bepaald dat de vader met ingang van 8 januari 2008 een bijdrage van € 131,-- per kind per maand aan de moeder zal voldoen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
De vader heeft verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, primair te bepalen dat hij met ingang van 1 april 2008 niet langer gehouden is tot het doen van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en subsidiair te bepalen dat de door hem te betalen bijdrage in het onderhoud van de kinderen op grond van de echtscheidingsbeschikking in stand blijft. De vader heeft het primair verzoek ingetrokken.
Bij beschikking van 22 januari 2009 heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, bepaald dat de vader met ingang van 8 januari 2009 aan de moeder een bedrag van € 65,-- per kind per maand zal voldoen. Het meer of anders verzochte heeft het hof afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 december 2009.