18 december 2009
Eerste Kamer
08/01501
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE GEMEENTE HAARLEMMERMEER,
zetelende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, thans mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 1 september 2005 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank Haarlem en gevorderd, kort gezegd,
- primair, de Gemeente te veroordelen om binnen drie maanden na betekening van het ten deze te wijzen vonnis een bestemmingswijzigingsprocedure aan te vangen en voort te zetten terzake het bestemmingsplan Landelijk Gebied voor de locatie A4-Brugrestaurant bij de verzorgingsplaats den Ruygenhoek op straffe van een dwangsom, en
- subsidiair, voor recht te verklaren dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij het genoemde bestemmingsplan niet ten minste overeenkomstig art. 33 lid 1 Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) éénmaal binnen de tien jaren heeft herzien.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 9 november 2005 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 22 februari 2006 de vorderingen afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 20 december 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat, en voor de Gemeente door mr. F. Damsteegt-Molier, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 november 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 december 2009.