23 april 2010
Eerste Kamer
09/02137
EE/SV
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verzoeker 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verzoekster 4],
gevestigd te [vestigingsplaats], Polen,
5. [Verzoekster 5],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
mr. S.F. COELINGH BENNINK, in de hoedanigheid van curator in het faillissement van [A],
wonende te Alkmaar,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.I. van Vlijmen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de Curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar het navolgende stuk:
a. de beschikking in de zaak 04/35 F van de rechtbank Alkmaar van 14 mei 2009.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Curator heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2010.