ECLI:NL:HR:2010:BM5263

ECLI:NL:HR:2010:BM5263, Hoge Raad, 14-09-2010, 08/05159 E

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 14-09-2010
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 08/05159 E
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2010:BM5263
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 5 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0005537 BWBR0011470

Samenvatting

Verschoonbare termijnoverschrijding bij instellen h.b. HR: Anders dan het middel wil, was het Hof niet gehouden een onderzoek te verrichten “naar de reden van verstrijken van de opvallend lange termijn tussen datum verzenden volmacht en de uiteindelijke ontvangst”, zodat het middel faalt. Conclusie AG over de vraag of de Wet stroomlijnen hoger beroep aanleiding geeft wijziging te brengen in de jurisprudentie van de HR die kort gezegd erop neer komt dat (1) een schrijven als waarvan i.c. sprake is, moet worden aangemerkt als een bijzondere volmacht aan een medewerker van de griffie en dat (2) het verzenden door verdachte van die volmacht naar een verkeerde justitiële instantie (met als gevolg dat het rechtsmiddel niet tijdig wordt ingesteld) verdachte niet kan worden tegengeworpen.

Uitspraak

14 september 2010

Strafkamer

nr. 08/05159 E

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 22 oktober 2008, nummer 22/001466-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.W. Stoet, advocaat te 's-Gravenhage bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel richt zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.

2.2.1. Tot de aan de Hoge Raad gezonden stukken behoren:

(i) een "aantekening mondeling vonnis" inhoudende dat de verdachte op 4 maart 2008 door de Economische Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage op tegenspraak is veroordeeld;

(ii) een "akte instellen rechtsmiddel" inhoudende dat op 26 maart 2008 een ambtenaar van de Rechtbank te 's-Gravenhage, "blijkens de aan deze akte gehechte bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigd" was door de verdachte om namens hem "beroep" in te stellen tegen voornoemd vonnis;

(iii) een aan die akte gehecht schriftelijk stuk inhoudende:

"[plaats]

15/3. 08

Mijn Heren,

Bij deze maak ik Bezwaar tegen de uitspraak van dinsdag 4 maart.

Gezien de financeele situatie moet ik wel. Ik hoop dat de GeldBoete op een andere manier geregeld kan worden.

[verdachte]

[a-straat 1]

[woonplaats]

[handtekening]."

Op dit schriftelijk stuk is een stempel is geplaatst inhoudende:

"ingekomen bij de griffie van de sector strafrecht op:

26 maart 2008

Rechtbank 's-Gravenhage".

2.2.2. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 oktober 2008 houdt in

dat de verdachte niet is verschenen en dat tegen hem verstek is verleend.

Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en daartoe het volgende overwogen:

"De verdachte is ter terechtzitting in eerste aanleg in persoon verschenen.

De verdachte had derhalve binnen veertien dagen na het op 4 maart 2008 gewezen vonnis in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft echter eerst op 26 maart 2008 hoger beroep ingesteld, zodat hij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard"

2.3. Het oordeel van het Hof wordt in casssatie bestreden met de stelling dat het hiervoor onder 2.2.1 onder (iii) bedoelde, van de verdachte afkomstige stuk was geadresseerd aan het parket en daar "normaal gesproken voor het einde van de beroepstermijn (...) had moeten zijn ontvangen". Die stelling vindt geen grondslag in de stukken van het geding, terwijl zij niet met vrucht voor het eerst in cassatie kan worden betrokken. Anders dan het middel wil, was het Hof niet gehouden een onderzoek te verrichten "naar de reden van verstrijken van de opvallend lange termijn tussen datum verzenden volmacht en de uiteindelijke ontvangst".

2.4. Het middel faalt.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 14 september 2010.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2010/1080
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?