ECLI:NL:HR:2010:BO1801

ECLI:NL:HR:2010:BO1801, Hoge Raad, 17-12-2010, 10/02492

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 17-12-2010
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 10/02492
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2010:BO1801
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0002656 BWBR0002740 BWBR0002761 BWBR0005290

Samenvatting

Familierecht. Benoeming halfbroer tot bewindvoerder en mentor. Met broers en zusters zijn in de art. 1:435 lid 4 en art. 1:452 lid 4 BW bedoeld zij die in de zijlijn in de tweede graad bloedverwanten van de rechthebbende dan wel betrokkene zijn. Daartoe behoren ook halfboers- of -zusters.

Uitspraak

17 december 2010

Eerste Kamer

10/02492

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga.

Belanghebbenden in deze zaak zijn:

1. [Belanghebbende 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Belanghebbende 2],

wonende te [woonplaats],

3. [Belanghebbende 3],

wonende te [woonplaats],

niet verschenen.

Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en belanghebbende onder 2 als [belanghebbende 2].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak 332226 EJ VERZ 09-1585 van de rechtbank Maastricht van 26 mei 2009 en 7 augustus 2009;

b. de beschikking in de zaak HV 200.045.940/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 maart 2010;

c. de herstelbeschikking van het hof van 11 mei 2010.

De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 16 maart 2010 heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld.

Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Geen der belanghebbenden heeft verweer gevoerd.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

3.1 [Verzoeker] is de vader van [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] is diens halfbroer. De beschikking van de rechtbank waarbij [belanghebbende 2] werd benoemd tot bewindvoerder over de goederen van [belanghebbende 1] en tot mentor te zijnen behoeve is door het hof bekrachtigd. Daartoe heeft het hof onder meer het volgende overwogen:

"3.8.3 Het hof overweegt dat de rechter verplicht is bij de benoeming van een bewindvoerder en mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende te volgen. Nu [belanghebbende 1] echter geen uitdrukkelijke voorkeur heeft uitgesproken, geldt de wettelijke voorkeur. Het hof stelt vast dat [belanghebbende 1] niet is gehuwd, hij geen geregistreerd partnerschap is aangegaan en hij ook niet anderszins een levensgezel heeft. Volgens de wet wordt in dit geval dan bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot bewindvoerder en mentor benoemd. Voor zover het hof bekend heeft [belanghebbende 1] geen kinderen en geen zussen. Nu de moeder van [belanghebbende 1] - zijnde de voormalige bewindvoerder en mentor van [belanghebbende 1] - in maart 2009 is overleden, dient het hof thans te bezien of de vader van [belanghebbende 1] - [verzoeker] - of één van de broers van [belanghebbende 1] - [belanghebbende 3] en [belanghebbende 2] - tot bewindvoerder kan worden benoemd of twee van hen samen of alledrie en/of tot mentor."

3.2.1 Onderdeel 1 klaagt dat het hof blijkens deze overweging heeft miskend dat een halfbroer ([belanghebbende 2]) niet is gelijk te stellen met of is aan te merken als een broer in de zin van art. 1:435 lid 4 en art. 1:452 lid 4 BW.

3.2.2 Het onderdeel faalt. In de hiervoor genoemde wetsbepalingen zijn met broers en zusters bedoeld zij die in de zijlijn in de tweede graad bloedverwanten van de rechthebbende dan wel de betrokkene zijn. Daartoe behoren ook halfbroers of -zusters, evenals overigens zij wier bloedverwantschap (mede) berust op het bepaalde in de tweede zin van het eerste lid van art. 1:3 BW. Anders dan het onderdeel stelt, kan art. 4:11 lid 2 BW noch art. 15 Wet op belastingen van rechtsverkeer daaraan afdoen.

3.3 De overige in het middel aangevoerde klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 december 2010.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2011/8 NJ 2011/7 NJB 2011, 44 RFR 2011/41 JWB 2010/541
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?