ECLI:NL:HR:2011:BO5996

ECLI:NL:HR:2011:BO5996, Hoge Raad, 24-06-2011, 10/02286

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 24-06-2011
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 10/02286
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2011:BO5996
Formele relatie: ECLI:NL:GHSGR:2010:BM5047
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 17 zaken
Aangehaald door 11 zaken
13 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002448 BWBR0002471 BWBR0003482 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0005291 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0009616 BWBR0032634 CELEX:32008L0104 EU:32008L0104

Samenvatting

Art. 10, lid 1, Wet LB 1964. Dwangsom loon uit dienstbetrekking?

Uitspraak

Nr. 10/02286

24 juni 2011

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 april 2010, nr. BK-09/00736, betreffende de over na te melden tijdvak van belanghebbende ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Van belanghebbende is over het tijdvak november 2006 een bedrag aan loonbelasting en premie volksverzekeringen ingehouden. Belanghebbende heeft tegen de inhouding van dit bedrag bezwaar gemaakt, dat bij uitspraak van de Inspecteur is afgewezen.

De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 08/06153 LB/PVV) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en gelast dat de ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen wordt teruggegeven aan belanghebbende.

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard, en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Minister van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal C.W.M. van Ballegooijen heeft op 15 november 2010 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de klachten

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1. Belanghebbende was tot 1 april 2004 in dienst bij A B.V. (hierna: de B.V.). Op 21 juli 2004 is de B.V. door de kantonrechter veroordeeld tot het betalen aan belanghebbende van achterstallig loon en tot nakoming van de "aan (belanghebbende, HR) toegezegde pensioenvoorziening" op straffe van een dwangsom van € 250 per dag dat de B.V. op dat punt in gebreke zou blijven.

3.1.2. Omdat de B.V. nakoming van haar verplichtingen ter zake van de pensioenvoorziening weigerde, is zij met ingang van 14 oktober 2004 dwangsommen verschuldigd geworden. In december 2004 is de B.V. haar verplichtingen inzake de pensioenvoorziening alsnog nagekomen.

3.1.3. In januari 2006 heeft de B.V. € 35.000 aan dwangsommen (hierna: de dwangsommen) gestort op de derdenrekening van de advocaat van belanghebbende. Deze heeft dat bedrag op 1 november 2006 betaald aan belanghebbende, onder inhouding en afdracht van een bedrag aan loonbelasting en premie volksverzekeringen.

3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat uit de vastgestelde feiten, in het bijzonder die rond de aard van de dwangsommen, redelijkerwijs geen andere conclusie is te trekken dan dat de dwangsommen onverbrekelijk zijn verbonden met de verplichting van de B.V., specifiek in haar hoedanigheid van werkgeefster, om belanghebbende het voor het verrichten van arbeid overeengekomen loon, waaronder ook de pensioengelden, te betalen. Daaruit volgt, aldus het Hof, dat een onverbrekelijke band bestaat tussen de dwangsommen en de aan belanghebbende uit hoofde van de dienstbetrekking tegenover zijn werkgeefster toekomende (loon-)rechten als werknemer. De dwangsommen moeten dan ook, aldus het Hof, worden aangemerkt als loon uit dienstbetrekking.

3.3. Tegen deze oordelen richten zich de klachten.

3.4. De klachten falen. De hiervoor onder 3.2 weergegeven oordelen van het Hof geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat de dwangsommen onverbrekelijk zijn verbonden met de aan belanghebbende uit hoofde van zijn dienstbetrekking tegenover zijn werkgever toekomende rechten als werknemer. Voor het overige kunnen deze oordelen als verweven met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Zij zijn ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel, A.H.T. Heisterkamp, M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2011.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2011/1697 V-N 2011/32.16 FED 2011/77 met annotatie van E.P.J. Dankaart BNB 2011/276 met annotatie van A.L. Mertens NTFR 2010/2813 met annotatie van G.J. van Mulbregt FutD 2011-1488 Viditax (FutD) 2011062407
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?