ECLI:NL:HR:2011:BP2338

ECLI:NL:HR:2011:BP2338, Hoge Raad, 01-11-2011, 09/03761

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 01-11-2011
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 09/03761
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2011:BP2338
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001903 BWBR0011470

Samenvatting

De klacht voldoet niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, zodat zij onbesproken moet blijven. De overige middelen: art. 81 RO.

Uitspraak

1 november 2011

Strafkamer

nr. 09/03761

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, van 11 september 2009, nummer 24/000940-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. In deze zaak is door de verdachte hoger beroep ingesteld tegen een te zijnen laste gewezen vonnis van de Kantonrechter. In hoger beroep is tegen de verdachte verstek verleend. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in:

"De vice-president stelt vast dat uit het meest recente GBA-overzicht van verdachte blijkt dat de verdachte is vertrokken naar Suriname. Er is geen woon- of verblijfplaats van verdachte bekend. De dagvaarding in hoger beroep is om die reden terecht ter griffie betekend."

2.2. De als middel aangeduide klacht komt erop neer dat het Hof blijk had moeten geven te hebben onderzocht of de dagvaarding "in eerste en tweede feitelijke aanleg aan alle bekende en door verzoeker opgegeven GBA en verblijfsadressen op juiste wijze is betekend". De klacht houdt aldus niet met voldoende duidelijkheid in op grond waarvan het Hof zijn uitdrukkelijk gegeven oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend nader had moeten motiveren en waarom het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de dagvaarding in eerste aanleg rechtsgeldig is betekend, onbegrijpelijk zou zijn. De klacht voldoet daarom niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, zodat zij onbesproken moet blijven.

3. Beoordeling van het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 1 november 2011.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2011/2114 RvdW 2011/1353 NJ 2012/130 met annotatie van J.M. Reijntjes
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?