9 december 2011
Eerste Kamer
11/01849
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te Antwerpen, Belgiƫ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.B. Baumgarten,
t e g e n
Mr. R.S. VAN DER SPEK Q.Q., handelende in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,
kantoorhoudende te Leeuwarden,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Belanghebbende in cassatie:
Mr. W.M. STURMS, handelende in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker].
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak met faillissementsnummer 11/31 F van de rechtbank Leeuwarden van 1 februari 2011 en 25 februari 2011;
b. het arrest in de zaak 200.083.467 van het gerechtshof te Leeuwarden van 14 april 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. Mr. W.M. Sturms, de curator in het faillissement van [verzoeker], heeft schriftelijk op het verzoekschrift gereageerd.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van [verzoeker] heeft op 28 september 2011 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.