ECLI:NL:HR:2011:BT6250

ECLI:NL:HR:2011:BT6250, Hoge Raad, 01-11-2011, 09/03076

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 01-11-2011
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 09/03076
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2011:BT6250
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Ontvankelijkheid cassatieberoep. Verdachte kan niet in het cassatieberoep worden ontvangen, nu de schriftuur niet is ingediend binnen de in art. 437.2 Sv op straffe van niet-ontvankelijkheid voorgeschreven termijn van 2 maanden na de betekening van de aanzegging.

Uitspraak

1 november 2011

Strafkamer

nr. 09/03076

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 15 juli 2009, nummer 21/002921-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte die tevens advocaat is. Deze heeft een schrifuur ingediend houdende zijn middelen van cassatie. Vervolgens heeft de verdachte bij de Hoge Raad een schriftelijke toelichting ingezonden.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

1.2. De verdachte heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Blijkens de daarvan opgemaakte akte is de aanzegging als bedoeld in art 435, eerste lid, Sv op 28 juli 2010 (in persoon) aan de verdachte betekend. De schriftuur van de verdachte is op 8 oktober 2010 bij de Hoge Raad ingekomen.

De indiening van de schriftuur heeft dus niet plaatsgevonden binnen de in art. 437, tweede lid, Sv op straffe van niet-ontvankelijkheid voorgeschreven termijn van twee maanden na de betekening van genoemde aanzegging. Dat brengt mee dat de verdachte niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 1 november 2011.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2011/1356
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?