23 oktober 2012
Strafkamer
nr. S 12/00208 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van in kracht van gewijsde gegane vonnissen van de Kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam van 16 december 2010, nummers 96/045113-10, 96/116786-10 en 96/123538-10, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraken waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager telkens ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 30 lid 2 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen", gepleegd op onderscheidenlijk 25 maart 2009 (parketnummer 96/045113-10), 15 juli 2009 (parketnummer 96/116786-10) en 4 november 2009 (parketnummer 96/123538-10) en telkens met betrekking tot het motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 450,-, subsidiair 9 dagen hechtenis.
2. De aanvraag tot herziening
2.1. De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, aangezien uit de aan de aanvraag gehechte bescheiden blijkt dat op voornoemde pleegdata voor het motorrijtuig met het kenteken [AA-00-BB] wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de gewijsden zal bevelen en de zaken zal verwijzen naar een gerechtshof dat van de betreffende zaken nog geen kennis heeft genomen, opdat de zaken zullen worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, (oud) Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvraag
Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie vermelde gronden moet het in de aanvraag aangevoerde worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van:
a) het vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam van 16 december 2010 met parketnummer 96/045113-10;
b) het vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam van 16 december 2010 met parketnummer 96/116786-10;
c) het vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam van 16 december 2010 met parketnummer 96/123538-10;
verwijst de zaken naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaken op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zullen worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 23 oktober 2012.