ECLI:NL:HR:2012:BX8093

ECLI:NL:HR:2012:BX8093, Hoge Raad, 30-10-2012, 11/05751

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 30-10-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11/05751
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2012:BX8093
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Beslag. Art. 94 Sv en art. 353.1 Sv. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353.1 Sv geen beslissing in t.a.v. een aantal met toepassing van art. 94 Sv inbeslaggenomen voorwerpen. HR wijst de zaak terug naar het Hof opdat de zaak wat betreft bedoelde inbeslaggenomen voorwerpen op het bestaande h.b. opnieuw wordt berecht en afgedaan. HR vermindert zelf de opgelegde gevangenisstraf i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.

Uitspraak

30 oktober 2012

Strafkamer

nr. S 11/05751

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 februari 2011, nummer 23/003806-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Utrecht, locatie Nieuwegein" te Nieuwegein.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover geen beslissing is genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen alsmede wat betreft de strafoplegging, tot strafvermindering en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het derde middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte geen beslissing heeft genomen ten aanzien van een inbeslaggenomen geldkist en een viertal huishoudelijke voorwerpen.

3.2. Op de in de conclusie onder 16 weergegeven gronden moet worden aangenomen dat met toepassing van art. 94 Sv een geldkist en vier niet nader omschreven huishoudelijke voorwerpen, in de beslagstukken aangeduid met de nummers

38 en 40, zijn inbeslaggenomen alsook dat ten aanzien daarvan nog geen last tot teruggave is gegeven.

3.3. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing in ten aanzien van deze inbeslaggenomen voorwerpen. Het middel klaagt hierover terecht.

4. Beoordeling van het vierde middel

4.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

4.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vier jaren en elf maanden.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin geen beslissing is genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen geldkist en een viertal huishoudelijke voorwerpen (de beslagnummers 38 en 40), alsmede wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze vier jaren en acht maanden beloopt;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak wat betreft de inbeslaggenomen geldkist en een viertal huishoudelijke voorwerpen (de beslagnummers 38 en 40) op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 30 oktober 2012.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2012/1397 SR-Updates.nl 2012-0218
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?