17 december 2013
Strafkamer
nr. 12/00703
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 december 2011, nummer 23/002035-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt onder meer dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de in de bewezenverklaring genoemde auto (een Golf GTI) wist dat dit een door misdrijf verkregen goed betrof.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 20 mei 2009 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, Nederland, een personenauto merk Volkswagen, type Golf GTI, kleur zwart, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 en 6 is weergegeven.
Zonder nadere, doch ontbrekende, motivering kan uit de door het Hof gebezigde bewijsvoering niet worden afgeleid dat, zoals is bewezenverklaard, de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de Golf GTI "wist" dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De bewezenverklaring is dus ontoereikend gemotiveerd. In zoverre slaagt het middel.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president .J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2013.