27 augustus 2013
Strafkamer
nr. 12/03860
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 december 2011, nummer 20/000770-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 februari 2010 - de verdachte ter zake van (de Hoge Raad leest:) "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen" veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte het bewezenverklaarde als twee verschillende strafbare feiten heeft gekwalificeerd.
Door de verbeterde lezing door de Hoge Raad van de kwalificatie als hiervoor onder 1 vermeld mist het middel feitelijke grondslag, zodat het niet tot cassatie kan leiden.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 27 augustus 2013.