15 februari 2013
Eerste Kamer
12/00010
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. ADAM MENSWEAR B.V.,
gevestigd te Driebergen-Rijsenburg,
2. [Eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
ID RETAIL B.V.,
gevestigd te Harderwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Adam Menswear c.s. en ID Retail.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 195209 / HA ZA 05-1061 van de rechtbank Utrecht van 21 september 2005, 7 december 2005, 22 maart 2006 en 19 maart 2008;
b. de arresten in de zaak 200.008.487 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 december 2010 en 13 september 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben Adam Menswear c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ID Retail heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Adam Menswear c.s. heeft bij brief van 14 december 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Adam Menswear c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ID Retail begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 15 februari 2013.