1 maart 2013
Eerste Kamer
12/01444
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 210346 FA RK 09-4486 van de rechtbank Breda van 17 november 2010;
b. de beschikking in de zaak HV 200.082.464/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 december 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 28 december 2012 op die conclusie gereageerd. De hierop gevolgde reactie van de advocaat van de moeder bij brief van 4 januari 2013 is niet een reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal, maar op de brief van de advocaat van de wederpartij, zodat de Hoge Raad daarop gelet op art. 44 lid 3 Rv geen acht zal slaan. Hetzelfde geldt voor de brief van 18 januari 2013 van de advocaat van de vader, nu deze evenmin een toegestane procesuitlating betreft.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 maart 2013.