4 januari 2013
nr. 11/00762
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 januari 2011, nr. 05/00727, betreffende (navorderings)aanslagen in de vennootschapsbelasting.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende zijn over de jaren 1996 (twee maal), 1997 en 1998 navorderingsaanslagen in de vennootschapsbelasting opgelegd en is voor het jaar 1999 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij afzonderlijke uitspraken de eerste over het jaar 1996 opgelegde navorderingsaanslag gehandhaafd en de overige (navorderings)aanslagen verminderd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, behoudens voor zover het beroep was gericht tegen de uitspraak met betrekking tot de eerste over het jaar 1996 opgelegde navorderingsaanslag, en de (navorderings)aanslagen verder verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiƫn heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 6 oktober 2011 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.B. Bavinck als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2013.