ECLI:NL:HR:2013:BZ1441

ECLI:NL:HR:2013:BZ1441, Hoge Raad, 19-02-2013, 11/02165

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 19-02-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11/02165
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ1441
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 9 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001903

Samenvatting

Strafmotivering. Gelet op de inhoud van de JD is de stafmotivering ontoereikend gemotiveerd.

Uitspraak

19 februari 2013

Strafkamer

nr. S 11/02165

AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 2 mei 2011, nummer 21/001867-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de strafoplegging en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het tweede middel

3.1. Het middel klaagt over de strafmotivering.

3.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 2009 te Utrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid benzine uit een personenauto, merk Fiat, type Punto, kleur rood, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 1]."

3.2.2. Het Hof heeft de verdachte te dier zake veroordeeld tot een werkstraf van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week, met een proeftijd van twee jaren. Het heeft ten aanzien van de strafoplegging het volgende overwogen:

"Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van benzine uit een auto. Een dergelijke diefstal is een ergerlijk feit, dat schade veroorzaakt en bijdraagt aan algemene gevoelens van onveiligheid.

Voorts heeft het hof acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte waaruit blijkt dat hij bij thans onherroepelijke uitspraken eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten.

In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is. De voorwaardelijke straf dient ertoe verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen."

3.3. De vaststelling van het Hof dat de verdachte "bij thans onherroepelijke uitspraken eerder is veroordeeld" is niet zonder meer begrijpelijk. Het door het Hof genoemde uittreksel Justitiële Documentatie houdt immers slechts één onherroepelijke veroordeling in. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.

3.4. Het middel is terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 19 februari 2013.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2013/365
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?