19 februari 2013
Strafkamer
nr. S 11/01078
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 februari 2011, nummer 23/000523-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste en het derde middel
2.1. De middelen klagen over de motivering van de bewezenverklaring onder A en B.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is door het Hof bewezenverklaard dat hij:
"ten aanzien van het in strafzaak A onder 1 ten laste gelegde
op 26 september 2008 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee zakken met een gebruiksaanwijzing van een kluis en een geldbedrag van 247,45 euro toebehorende aan winkelbedrijf Blokker vestiging Sloterweg, welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft/hebben gericht en heeft/hebben gezegd: "Dit is een overval" en "Breng me naar de kluis" en [slachtoffer 2] meermalen met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd heeft/hebben geslagen en [slachtoffer 3] in het gezicht heeft/hebben geslagen;
ten aanzien van het in strafzaak B ten laste gelegde
op 27 januari 2008 te Amsterdam een kluis van Kentucky Fried Chicken (filiaal Admiraal Helfrichstraat) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door diefstal, in elk geval een door misdrijf verkregen goed betrof."
2.2.2. Deze bewezenverklaringen steunen, voor zover hier van belang, op de bewijsvoering vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.
2.3. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7 tot en met 11 zijn de middelen terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beslissing;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 februari 2013.