ECLI:NL:HR:2013:BZ4492

ECLI:NL:HR:2013:BZ4492, Hoge Raad, 19-03-2013, 12/01047

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 19-03-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12/01047
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ4492
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 5 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941

Samenvatting

Instelling h.b. door een advocaat d.m.v. een bijzondere schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BJ7810 en HR LJN BY8357 m.b.t. de eisen die worden gesteld aan een dergelijke volmacht en de ratio van die eisen. Het middel klaagt terecht dat het Hof hetgeen in die arresten is bepaald heeft miskend.

Uitspraak

19 maart 2013

Strafkamer

nr. S 12/01047

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 29 december 2011, nummer 24/002305-11, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep.

2.2. De verdachte is bij vonnis van de Rechtbank Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden, ter zake van 1. "medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd" en 2. "als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet". Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

2.3. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep waren de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting aanwezig.

2.4. Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe het volgende overwogen:

"Blijkens de akte rechtsmiddel is namens verdachte door een administratief medewerkster van de griffie van de rechtbank Leeuwarden hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor voornoemde vonnis. Zij was daartoe gemachtigd middels een aan de akte gehechte volmacht van de raadsman.

De advocaat-generaal heeft ter zitting van het hof gevorderd, dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep, nu de schriftelijke volmacht van de raadsman niet voldoet aan de eisen die de Hoge Raad daaraan stelt. De advocaat-generaal heeft daarbij verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009 (LJN: BJ3696).

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte, ondanks dat de schriftelijke volmacht niet aan de door de Hoge Raad gestelde eisen voldoet, ontvankelijk moet worden verklaard, omdat (primair) de raadsman bij het instellen van het hoger beroep mondeling wel aan de eisen van de Hoge Raad heeft voldaan, en (subsidiair) omdat de eisen zoals gesteld door de Hoge Raad in casu zin- en doelloos zijn.

Uit het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009 (LJN: BJ3696) blijkt dat de schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen moet inhouden:

(i) de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep

(ii) de verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de medewerker ter griffie aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep

(iii) het adres dat door de verdachte is opgegeven voor de toezending van het afschrift van de appeldagvaarding.

Het hof stelt vast dat de schriftelijke volmacht van de raadsman niet voldoet aan alle eisen die de Hoge Raad daaraan stelt, nu de schriftelijke volmacht niet inhoudt dat verdachte ermee instemt dat de medewerker van de griffie aanstonds de voor de verdachte bestemde oproeping in ontvangst neemt, terwijl evenmin een adres is opgegeven voor de ontvangst van een afschrift van de dagvaarding. Het hof zal verdachte als gevolg hiervan niet-ontvankelijk dienen te verklaren in het hoger beroep. In de door de raadsman ter zitting naar voren gebrachte argumenten ziet het hof geen aanleiding om hiervan af te wijken."

2.5. In het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009, LJN BJ7810, NJ 2010/102, zijn eisen geformuleerd waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen moet voldoen. Die volmacht dient onder andere de verklaring van de advocaat te bevatten dat hij door de betrokkene daadwerkelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep (art 450, eerste lid sub a, Sv). Die eisen dienen te worden bezien tegen de achtergrond van de aanscherping van de wettelijke regeling voor het instellen van hoger beroep. Die aanscherping had tot doel problemen met betrekking tot de betekening van appeldagvaardingen te voorkomen althans te verminderen. Gelet op de ratio van de eisen waaraan een door een advocaat verstrekte volmacht moet voldoen, bestaat in een geval als het onderhavige waarin de verdachte ter terechtzitting is verschenen, onvoldoende grond voor niet-ontvankelijkverklaring van het appel wegens het niet voldoen van de volmacht aan de in de overwegingen van het Hof onder (ii) en (iii) vermelde voorwaarden. Het belang dat met die voorwaarden is gediend is in zo een geval niet geschaad.

Het verzuim kan daarom voor gedekt worden gehouden (vgl. HR 23 januari 2013, LJN BY8357, NJ 2013/75).

2.6. Het middel klaagt terecht dat het Hof het voorgaande heeft miskend.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 maart 2013.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2013/465
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?