26 maart 2013
Strafkamer
nr. S 12/00615
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 januari 2012, nummer 22/004671-11, in de strafzaak tegen:
[Veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Het beroep in cassatie betreft de niet-ontvankelijkverklaring door het Hof van de veroordeelde in het door deze ingestelde hoger beroep tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging van een straf die voorwaardelijk was opgelegd bij uitspraak van de Rechtbank 's-Gravenhage.
2.2. Ingevolge art. 14j, eerste lid tweede volzin, Sr staat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging voor zover zij geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten geen rechtsmiddel open. Dat brengt enerzijds mee dat het Hof de veroordeelde terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep en anderzijds dat voor de veroordeelde ook geen beroep in cassatie openstaat. De veroordeelde kan niet in het beroep worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 26 maart 2013.