26 maart 2013
Strafkamer
nr. S 12/04413 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 juli 2012, nummer 001321-11, op een vordering als bedoeld in art. 577c Sv, in de zaak van:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. J.W. Soeteman, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de veroordeelde niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.
Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige, waarbij verlof is verleend tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang als bedoeld in art. 577c Sv, beroep in cassatie openstaat, kan de veroordeelde in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.
Dit wordt niet anders doordat in HR 20 december 2011, LJN BP9449, NJ 2012/237 is geoordeeld dat de in art. 577c Sv voorziene maatregel van lijfsdwang heeft te gelden als 'penalty' in de zin van art. 7, eerste lid, EVRM. Ook in het licht van dit oordeel kan immers uit art. 13 EVRM niet volgen dat tegen de rechterlijke beslissing waarbij die maatregel is opgelegd steeds een rechtsmiddel moet openstaan.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2013.