23 april 2013
Strafkamer
nr. S 11/04473
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 3 mei 2011, nummer 24/002504-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing naar het Hof opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof bij de strafmotivering ten onrechte heeft betrokken dat de verdachte eerder ter zake van een strafbaar feit is veroordeeld.
2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"1. hij op 28 januari 2010 te Bathmen, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [betrokkene 1] (belastingdeurwaarder), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, op of aan de Arkelsteijnweg in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Vuile NSB-ers";
2. hij op 28 januari 2010 te Bathmen, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [betrokkene 2], autoberger, tegen de pols heeft gestompt/geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden;
3. hij op 28 januari 2010 te Bathmen, opzettelijk beledigend [betrokkene 2] (autoberger), in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Vuile NSB-ers"."
2.3. Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren. Het heeft ten aanzien van de oplegging van de straf onder meer het volgende overwogen:
"Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 3 maart 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake van een strafbaar feit is veroordeeld. Deze veroordeling heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan."
2.4. De vaststelling van het Hof dat de "de verdachte eerder ter zake van een strafbaar feit is veroordeeld" waarmee het Hof kennelijk tot uitdrukking heeft gebracht dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld, is niet begrijpelijk. Het door het Hof genoemde Uittreksel Justitiƫle Documentatie gedateerd 3 maart 2011 vermeldt geen zodanige eerdere onherroepelijke veroordeling. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.
2.5. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2013.