12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/00394
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. T.S. AGRO BEHEER B.V.,gevestigd te Zwijndrecht,
2. T.S. AGRO ONROEREND GOED B.V., in liquidatie,
gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,
3. T.S. AGRO PRODUCTS IM- EXPORT B.V.,gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,
4. [eiser 4],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.A. Ruig, thans mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
DE GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT,zetelende te Hendrik-Ido-Ambacht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. L. Kelkensberg en mr. T. Raats.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als T.S. Agro c.s. en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 17 augustus 2010 en 27 september 2011 hebben T.S. Agro c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor T.S. Agro c.s. toegelicht door hun advocaat, alsmede door mr. J.W.A. Biemans, advocaat bij de Hoge Raad, en voor de Gemeente door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt T.S. Agro c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.