11 juni 2013
Strafkamer
nr. S 11/04577
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 augustus 2011, nummer 21/002846-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak opdat die op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het vierde middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd om een uitdrukkelijke beslissing te nemen op het door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep gedane verzoek tot het horen van een getuige.
2.2. Het middel slaagt op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Slotsom
Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven, en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 11 juni 2013.