ECLI:NL:HR:2014:1368

ECLI:NL:HR:2014:1368, Hoge Raad, 10-06-2014, 12/05141

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 10-06-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12/05141
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2014:517
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0008804

Samenvatting

Begunstiging, art. 189.1.1 Sr. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 189 Sr moet worden aangenomen dat deze bepaling ertoe strekt te voorkomen dat politie of justitie worden tegengewerkt bij het opsporen en aanhouden van de dader van een misdrijf. ’s Hofs oordeel dat verdachte door bij de politie een valse verklaring af te leggen t.b.v. betrokkene, die t.t.v. het afleggen van die verklaring reeds was aangehouden en t.a.v. wie in dat verband reeds een strafrechtelijk onderzoek liep, heeft getracht die betrokkene “behulpzaam te zijn in het ontkomen aan de nasporing van ambtenaren van justitie of politie” i.d.z.v. art. 189.1.1 Sr, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

Uitspraak

10 juni 2014

Strafkamer

nr. 12/05141

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 oktober 2012, nummer 23/002647-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.G.C. Groenendaal, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

Het middel klaagt over de bewezenverklaring en de kwalificatie daarvan.

2.2.1.Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 19 februari 2009 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon, te weten [betrokkene], die verdacht was van het misdrijf van diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend behulpzaam te zijn in het ontkomen aan de nasporing van ambtenaren van de justitie of politie, [betrokkene] heeft voorzien van een vals alibi."

Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als "medeplegen van poging opzettelijk iemand verdacht van enig misdrijf, behulpzaam zijn in het ontkomen aan de nasporing van de ambtenaren van justitie of politie."

Het Hof heeft een door de verdediging gevoerd verweer als volgt samengevat en verworpen:

"Het feitencomplex kan [ook] niet gekwalificeerd worden als poging tot begunstiging. [betrokkene] was op het moment van de getuigenverklaring al lang en breed aangehouden door de politie. Een alibi had niet gemaakt dat hij plotsklaps in vrijheid was gesteld en dat de zaak was geseponeerd. Aanhouden en nasporen door de politie/justitie hadden zich op 19 februari 2009 reeds voltrokken. Of misschien moet er wel gesproken worden van een absoluut ondeugdelijke poging van verdachte om [betrokkene] aan aanhouding cq nasporing te laten ontkomen, aldus de raadsvrouw.

(...)

Het hof verwerpt de hiervoor gevoerde verweren en overweegt hiertoe het volgende.

(...)

Ten aanzien van de begunstiging

Het hof stelt vast dat als poging om behulpzaam te zijn om te ontkomen aan de nasporing van de ambtenaren van politie en justitie kan worden aangemerkt het doen van een mededeling die ertoe strekt en ertoe kan leiden dat van een opsporingsonderzoek wordt afgezien (Hoge Raad 28 januari 2003, LJN AE9671). Het hof heeft vastgesteld dat op het moment van het afleggen van de valse verklaring het onderzoek nog gaande was. Die valse verklaring had er toe kunnen leiden dat het opsporingsonderzoek belemmerd zou worden. Gelet daarop acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft getracht [betrokkene] behulpzaam te zijn in het ontkomen aan de nasporing van ambtenaren van de justitie of politie, door [betrokkene] te voorzien van een vals alibi. Daaraan doet niet af dat deze [betrokkene] op het moment dat de verdachte hem een vals alibi verschafte, reeds was aangehouden. Nu opsporingsambtenaren hebben achterhaald dat het door de verdachte aan [betrokkene] verschafte alibi vals was, is het misdrijf niet voltooid."

Art. 189, eerste lid onder 1°, Sr luidt:

"1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

1° hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of verdachte is van enig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporing van of de aanhouding door de ambtenaren van de justitie of politie."

Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 189 Sr, zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8, moet worden aangenomen dat deze bepaling ertoe strekt te voorkomen dat politie of justitie worden tegengewerkt bij het opsporen en aanhouden van de dader van een misdrijf. 's Hofs oordeel dat de verdachte door bij de politie een valse verklaring af te leggen ten behoeve van [betrokkene], die ten tijde van het afleggen van die verklaring reeds was aangehouden en ten aanzien van wie in dat verband reeds een strafrechtelijk onderzoek liep, heeft getracht [betrokkene] "behulpzaam te zijn in het ontkomen aan de nasporing van ambtenaren van de justitie of politie" in de zin van art. 189, eerste lid onder 1°, Sr, getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting.

Het middel is terecht voorgesteld.

De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen zelf de zaak afdoen en de verdachte van het hem subsidiair tenlastegelegde vrijspreken.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het subsidiair tenlastegelegde;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte subsidiair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. De Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2014.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2014/1283 RvdW 2014/831 NJ 2014/317 met annotatie van SR-Updates.nl 2014-0264
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?