4 november 2014
Strafkamer
nr. 13/00632 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Utrecht van 18 december 2012, nummer RK 12/1429, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat de Rechtbank de klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beklag.
Namens de klager is een klaagschrift ingediend dat - onder verwijzing naar art. 552a Sv - strekt tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen scooter. De Rechtbank heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag. De bestreden beschikking houdt het volgende in:
"De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige beklag uit van de navolgende feiten en omstandigheden:
1. Onder de vrouw van klager is op 27 januari 2012 in beslag genomen: een snorfiets, merk Piaggio, type Ciao Mix met kenteken [AA-00-BB].
Overwegingen
Nu blijkens mededeling van de officier van justitie in raadkamer d.d. 4 december 20112 de teruggave van de inbeslaggenomen scooter reeds is geëffectueerd aan de verzekeringsmaatschappij A.S.R. ontvalt het belang aan het beklag. Het klaagschrift zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard."
Voor zover het middel berust op de opvatting dat de Rechtbank, niettegenstaande de hiervoor vermelde teruggave van de scooter, het klaagschrift ontvankelijk had moeten achten, omdat het klaagschrift mede moet worden opgevat als een beklag in de zin van art. 116, derde lid, Sv, faalt het, aangezien die bepaling ziet op een beklag van degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen. In deze zaak is, zoals de Rechtbank - in het licht van de processtukken niet onbegrijpelijk – heeft vastgesteld, de scooter in beslag genomen onder de vrouw van de klager.
De Rechtbank heeft het klaagschrift dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dat brengt mee dat de klager niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2014.