4 november 2014
Strafkamer
nr. 13/00637 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 13 december 2012, nummer RK 12/6449, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
1. De bestreden beschikking
De Rechtbank heeft het klaagschrift van [klager] gegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door [A]. Namens deze heeft mr. R.A. Korver, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het ingestelde cassatieberoep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het beroep is gericht tegen een beschikking die is gegeven op het klaagschrift van [klager] welk klaagschrift strekte tot teruggave van een onder [klager] inbeslaggenomen personenauto. Bij de bestreden beschikking is het klaagschrift van [klager] gegrond verklaard. Tegen die beschikking staat voor [A] op grond van art. 552d, tweede lid, Sv geen cassatieberoep open.
Het gaat in de beslagprocedure overigens om een voorlopig oordeel omtrent de eigendoms- en bezitsrechten ten aanzien van het in het geding zijnde voorwerp (vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, rov.2.13).
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [A] niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2014.